Programma Maastricht 2020

Titel

Tandarts algemeen practicus en duurzame zorg op maat; geen makkelijke maar mooie uitdaging!

  • Peter Bolhuis

CV
Peter Bolhuis is in Amsterdam werkzaam als tandarts/implantoloog in de groepspraktijk Bolhuis & Holten & Selier voor tandheelkunde en preventie, implantologie en parodontologie. In 2004 promoveerde hij met het proefschrift “An in vitro evaluation of core build-up restorations on endodontically treated premolars”. Peter heeft een aantal publicaties op zijn naam staan en redigeerde en vertaalde in 2009 het boek “Adhesive Restoration of Endodontically Treated Teeth” van Francesco Mannocci. Tevens is hij medeauteur van de laatste editie van het leerboek Endodontologie (2010) en werkt hij mee aan een hernieuwde uitgave van dit boek. Hij tevens verbonden als universitair gastdocent aan de afdeling Materiaalkunde van het ACTA, is voorzitter van de Raad van Toezicht van de SBT (Stichting Bijzondere Tandheelkunde) en geeft postacademisch onderwijs.

Samenvatting
In de algemene praktijk wordt de tandarts keer op keer voor keuzes gesteld. In het verleden beperkte de mogelijkheden zich tot amalgaam, goud en kunsthars maar nu dienen zich vaak talloze behandelopties aan:

  • Directe of indirecte restauraties?
  • Composiet, glasionomeer, e.max lithium disilicaat, zirkoniumdioxide of metaal?
  • Endodontische behandeling en indirecte kroonrestauratie of temporisering met behulp van directe vulmaterialen?
  • Behoud van het gebitselement of beter extractie, wel of niet gevolgd door implantologie?
  • Vaste reconstructies of toch uitneembaar, dit indien gewenst in combinatie met implantologie?

De algemeen practicus wordt geacht hierin de regie te voeren in nauwe samenspraak met de patiënt, het zogenaamde  “shared decision” model. Bij dit alles vormt uiteraard ook preventie een belangrijke schakel. Geen makkelijke maar wel een mooie uitdaging, waarbij behalve kennis en kunde, ook communicatieve vaardigheden van de behandelaar onmisbaar zijn.

Tijdens zijn lezing gaat Peter Bolhuis in op genoemde aspecten, waarbij ook nog specifieke aandacht wordt besteed aan endodontisch behandelde gebitselementen. Deze elementen worden dikwijls gekenmerkt door uitgebreid tandweefselverlies en worden daarom vaak van een (stift) opbouw en volledige kroon voorzien, om het element te versterken. De metalen stift en stiftopbouw hebben plaats gemaakt voor de modernere glasvezelstift, die een eenheid vormt met de adhesieve composietopbouw. Hierdoor kan spaarzamer worden omgegaan met het resterende (wortel)dentine, kunnen aanwezige ondersnijdingen worden gehandhaafd en wordt de opbouw vervaardigd met, qua stijfheid, op dentine lijkende materialen. Indien voldoende coronaal tandweefsel behouden blijft en opgebouwd wordt met adhesieve restauratiematerialen, kan zelfs niet zelden het gebruik van stiften en de vervaardiging van volledige kronen worden vermeden. Daarnaast kan  bij zeer groot tandweefselverlies of slecht op te lossen endodontische problematiek tegenwoordig extractie worden overwogen, omdat implantaat gedragen restauraties een goed alternatief kunnen zijn. Kortom, welke behandelkeuzes, type restauratie en of  soort restauratiemateriaal zorgen nu het best voor duurzame zorg op maat? De afwegingen die hierbij in beeld komen en de te volgen klinische procedures inclusief “tips and trics” worden tijdens deze lezingen uitgebreid belicht.

Leerdoelen

  1. Restauratie en functieherstel van endodontisch behandelde gebitselementen
  2. Keuze indirecte kroonrestauratie of restauratie met behulp van directe vulmaterialen
  3. Materiaaleigenschappen van en indicatie voor composiet, glasionomeer, e.max lithium disilicaat, zirkoniumdioxide, titanium en goudlegeringen
  4. Wanneer komt extractie in beeld……en wat dan en hoe?
  5. Keuze voor implantologie of toch een (ets)brug
  6. Vaste of uitneembare reconstructies, wat zijn de afwegingen?

——-

Titel
“You’re gonna need a bigger boat…”  Restauratieve tandheelkunde breed belicht

  • Alwin van Daelen

CV

Alwin van Daelen studeerde tandheelkunde aan de Universiteit van Amsterdam en is sinds zijn afstuderen in 1984 werkzaam in de algemene praktijk. Hij richtte in 1990 Tendens tandartsen op, een gedifferentieerde groepspraktijk in Amsterdam, waar hij zich binnen een interdisciplinair behandelteam bezig houdt met prothetische behandelplanning en uitvoering bij patiënten met uitgebreide en complexe tandheelkundige problemen, waarbij de focus ligt op implantologie en esthetische tandheelkunde.

Vanaf 2015 is hij erkend door de NVVRT als restauratief tandarts en door de European Prosthodontic Association (EPA) als prosthodontist. Sinds 2007 is hij visiteur voor de Nederlandse vereniging voor Implantologie. Sinds 2016 is hij lid van de opleidingscommissie van de NVVRT. Hij geeft lezingen en hands-on cursussen op het gebied van prothetische en esthetische aspecten bij interdisciplinaire behandelingen en prothetiek op tandheelkundige implantaten.

Leerdoelen

Na deze voordracht bent u beter voorbereid en in staat om in de eigen praktijk samen met de patiënt bij schijnbaar eenvoudige, maar ook bij meer gecompliceerde tandheelkundige dilemma’s de juiste keuzes te maken.

——-

Titel

Occlusie en articulatie

  •  James Huddleston Slater

CV
Dr. James J.R. Huddleston Slater (1972) is tandarts-gnatholoog en heeft een eigen praktijk in het centrum van Groningen. Hij houdt zich naast de algemene tandheelkunde bezig met de diagnostiek en behandeling van patiënten met chronische aangezichtspijn. Naast de algemene praktijk is James gastdocent aan het Universitair Medisch Centrum Groningen. Hij geeft daar regelmatig college aan tandartsen en kaakchirurgen in opleiding over diagnostiek en behandeling van patiënten met aangezichtspijnen.

Samenvatting

Al sinds de KNO-arts James B. Costen in de 30-er jaren de relatie tussen kaakgewrichtsklachten en gebitsocclusie beschreef, worden in de tandheelkunde temporomandibulaire dysfuncties (TMD’s) (preventief) behandeld door correctie van de gebitsocclusie. Door de toename van onze kennis over het kauwstelsel en onze kennis over de oorzaken van TMD’s blijkt de relatie tussen gebitocclusie en TMD’s heden ten dage niet meer zo helder. Zo is het maar zeer de vraag of er een oorzaak-gevolgrelatie tussen beide bestaat. Ook zijn er maar bitter weinig goed opgezette studies die het effect van een (preventieve) occusale correctie laten zien. Is gebitsocclusie anno 2019 dan een achterhaald begrip? Komen we in de tandheelkunde weg met een te hoge restauratie? Maakt het iets uit of en hoe we een beet registreren?

Leerdoelen

  1. De cursist kan uitleggen wat heden ten dage de relatie tussen gebitsocclusie en het ontstaan van een temporomandibulaire dysfunctie is.
  2. De cursist kan uitleggen wat de rol van een gebitsocclusie bij het behandelen van een temporomandibulaire dysfunctie is.
  3. De cursist kan uitleggen wat de rol van gebitsocclusie en articulatie is als het gaat om (uitgebreide) prothetische werkstukken.

——-

Titel (voor de dag)

Patiënten van 8-18 jaar, wat doe je er mee in de algemene praktijk?”

  • Edwin Eggink

CV

Edwin Eggink, tandarts-endodontoloog, heeft in 1994 zijn studie tandheelkunde afgerond, om vervolgens in 1997 af te studeren als tandarts-endodontoloog, beide aan het ACTA te Amsterdam. Tot 2009 heeft hij zijn verwijspraktijk voor endodontologie gecombineerd met een algemene praktijk. Maart 2009 is hij EndoRotterdam gestart; een verwijspraktijk voor endodontologie waar zowel tandarts-endodontologen als tandartsen met een specifieke affiniteit voor de endodontologie werken. Daarnaast ontstond er een nauwe samenwerking met de Kliniek voor Parodontologie Rotterdam en PRO-Rotterdam, wat heeft geleid tot de oprichting van Proclin Rotterdam.

In de loop der jaren werden diverse lezingen, cursussen en publicaties verzorgd, gezamenlijk met de heren Barendregt, Leunisse en Linssen, in zijn geheel gewijd aan het autotransplanteren.

  • Manfred Leunisse

CV

Manfred Leunisse studeerde in 1987 af als tandarts aan de Universiteit van Amsterdam. In 1989 startte hij met zijn specialisten opleiding orthodontie aan het ACTA. Deze opleiding rondde hij in 1993 af. Waarna hij zich als orthodontist vestigde te Rotterdam. Daar houdt hij zich  sindsdien naast de orthodontie bezig met het geven van nascholingscursussen (voorheen voor OrthoCourse).

De laatste 16 jaar is de nadruk komen te liggen op patiënten  behandeling in een interdisciplinair teamverband (Proclin) met collega tandartsen, parodontologen, endodontologen, restauratieve tandartsen, kaakchirurgen en tandtechnici.

Zijn interesse gebieden zijn gebitstraumata, gebitsslijtage en aangeboren tandheelkundige afwijkingen. Daarnaast publiceert hij de laatste jaren artikelen met de eerder genoemde collega’s.

  • Peter Lansen

CV

Peter heeft zijn studie tandheelkunde in 1985 aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen behaald. Sinds 2005 is hij erkend als Tandarts-Pedodontoloog.

Na zijn afstuderen bleek de kindertandheelkunde hem goed te bevallen waarna hij in 1988 in dienst kwam van de Jeugdtandzorg te Den Haag. In 1990 werd hij gevraagd om kindertandarts te worden in het Centrum voor Bijzondere tandheelkunde van het HagaZiekenhuis van Den Haag.

Peter is actief geweest in diverse bestuurlijke functies en is erelid van de Nederlandse Vereniging voor Kindertandheelkunde. Momenteel is hij lid van de richtlijn advies commissie van het KIMO, lid van het Consillium Pedodontologicum en lid van de accreditatie commissie van CoBijT.

Zijn tandheelkundige interesse gaat vooral uit naar de interdisciplinaire behandelingen van vaak complexe kindertandheelkundige problematiek.

  • Dick Barendregt

CV
Dick Barendregt studeerde in 1988 af als tandarts aan de Rijksuniversiteit van Groningen.  In 1991 startte hij met zijn Post Academische opleiding in de parodontologie aan het ACTA. Deze opleiding rondde hij in 1994 af. In 1996 werd door hem de Kliniek voor Parodontologie Rotterdam opgericht. Daar houdt hij zich naast de parodontologie bezig met de implantologie als Implantoloog (NVOI). De laatste 20 jaar is in dat kader de nadruk komen te liggen op patiënten behandeling in een interdisciplinair teamverband (Proclin Rotterdam) met collega tandartsen zoals orthodontisten, endodontologen, restauratieve tandartsen, kaakchirurgen en tandtechnici. Op 4 november 2009 promoveerde op zijn proefschrift “Probing around teeth” aan de Universiteit van Amsterdam. Vanaf 1 Juli 2019 is hij verbonden aan de afdeling parodontologie aan de Adams School of Dentistry in Chapel Hill (UNC) als Adjunct Professor. Daarnaast is hij betrokken bij verschillende postacademische cursussen en doceert binnen de Post Graduate opleiding voor Parodontologie.

Samenvatting
Kinderen komen zoals gebruikelijk in Nederland voor hun eerste tandartsbezoek met de ouder(s) mee. In tegenstelling tot de tandheelkundige zorg bij jong volwassenen van 18-21 jaar, brengt dat een patiëntengroep in de praktijk waar veel mee te winnen, maar ook zeker te verliezen valt. Als eerste is er altijd de aandacht voor cariës, net als bij volwassenen, maar juist bij kinderen zijn ontwikkelingsstoornissen, angst, ADHD, ouders, tong gewoonten, autisme, doorbraak problemen, voedingsgewoonten en dentale traumata facetten die soms voor lastige situaties kunnen zorgen. Ook de affiniteit van de tandarts met het behandelen van jonge kinderen kan hierin een rol spelen. Doel van de dag over tandheelkunde voor kinderen tussen 8 en 18 jaar zal zijn om de (on)mogelijkheden en valkuilen bij de behandeling van kinderen te bespreken vanuit de verschillende invalshoeken van de sprekers.

Leerdoelen (voor de dag)

  1. Inzicht te hebben in de leeftijdsgroep qua gedrag, verwachtingen en wie wat zou kunnen doen bij extremen in gedrag.
  2. Wat te doen met risico elementen door cariës en endodontische problemen.
  3. Het systematisch gedurende de groei kunnen volgen van doorbraak, afwijkingen daarin, tonggewoonten en de beoordeling van de occlusie gedurende de groei.
  4. In te schatten wat op korte termijn te doen bij dentaal trauma in deze groep, wat de korte en lange termijn prognoses zijn en welke lange termijn oplossingen er kunnen zijn in voorkomende gevallen.
  5. Verkrijgen van een globale zienswijze over wat in de eigen praktijk kan, wat er in samenwerking gedaan kan worden en wat verwezen zou moeten worden.

——-

Titel

Niet alledaagse tandvleesafwijkingen

  • Isaäc van der Waal

CV
Na in 1968 als tandarts in Utrecht te zijn afgestudeerd, een verblijf van enkele jaren in de Verenigde Staten en een opleiding tot kaakchirurg aan de Vrije Universiteit te Amsterdam werd hij in 1979 benoemd tot hoogleraar in de Pathologie van de Mondholte aan destijds de Vrije Universiteit, thans ACTA, te Amsterdam. Van 1989 tot medio 2011 was hij hoofd van de afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie van het VU medisch centrum/Academische Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA). Zijn dagelijkse werkzaamheden hebben altijd bestaan uit een combinatie van patiëntenzorg, onderwijs en onderzoek, met name op het gebied van mondkanker en mogelijke voorstadia, zowel klinisch als histopathologisch.

Samenvatting
Behalve op ontsteking gebaseerde tandvleesafwijkingen kunnen zich diverse niet-ontstekingsgerelateerde tandvleesafwijkingen voordoen. Denk onder andere aan leukoplakie, lichen planus en ook aan pigmentaties. Soms maken dergelijke afwijkingen deel uit van een ook elders in de mond voorkomende afwijkingen, maar niet zelden gaat het alleen om het tandvlees. Het is een uitdaging voor tandartsen en mondhygiënisten dergelijke afwijkingen te herkennen en zo nodig te behandelen. Bij behoefte aan verwijzing komen de tandarts-parodontoloog en de MKA-arts in beeld.

Leerdoel

Na de presentatie zijn tandarts en mondhygiënist bekend met de diagnostiek en behandeling van niet-alledaagse tandvleesafwijkingen en weten wanneer al of geen verwijzing is geïndiceerd.

——-

  • Ysbrand van der Werf
    volgt